Home Informatie Contact

Theorie versus praktijk

Theorie?
Zoals in de brandwerende NEN-EN-1634-1 norm beschreven staat worden testen op brandwerendheid volgens een bepaalde opbouw uitgevoerd. Deze dient te voldoen aan de beschreven voorwaarden. Dit betekent in de praktijk een meer dan ideale situatie voor wat sparingen en sponningen betreft.

Deurbladen zijn afgehangen met naden die in de regel kleiner zijn dan 1 millimeter. Dit alles gebeurd om de test zoveel mogelijk positief te beinvloeden. En aangezien de NEN norm geen eisen stelt aan hang- en sluitnaden is het testen op deze manier toegestaan.

Citaat NEN-EN 1634-1 norm:

7.3 Gaps
The adjustment of the door leaf(ves) or shutter and gaps shall be within the tolerances of the design values stipulated by the sponsor. These shall be representative of those used in practice so that appropriate clearances exist, e.g. between the fixed and moveable components.

In order to generate the widest field of direct application, the gaps shall be set in between the middle value and the maximum value within the range of gaps given by the sponsor.

De praktijk!
Helaas laat de praktijk hele andere dingen zien... zo is het in de praktijk niet vreemd dat we te maken krijgen met naden van diverse millimeters. En soms zelfs centimeters:

Maar ook het verwerken van brandwerende deuren door de "professionals" laat nog wel eens te wensen over. Onderstaand voorbeeld toont een op maat gezaagde deur. Helaas dat het opschuimende materiaal wat in het randhout aangebracht grotendeels eraf is gezaagd (met als "bonus" dat de hoeveelheid randhout ook is gereduceerd!):

Dit alles vloeit voort uit het gegeven dat we de spreekwoordelijke klok wel hebben horen luiden maar geen flauw idee hebben waar we de klepel moeten zoeken. Een voorbeeld om dit te illustreren:

Bovenstaande foto laat ons de goedbedoelde intentie zien van het toepassen van een brandscherm aan het plafond in een ruimte. Alleen jammer dat vergeten is wat het doel van een brandscherm is: het tegenhouden van rook. Aangezien rook zich langs het plafond voortbeweegt is het in deze situatie vervelend dat de lichtkoepel de functie van het scherm volledig teniet doet ...

Maar niet alleen met de produkten die moeten helpen de omgeving veilig maken gaat het mis. Ook de omgeving zelf speelt vaak een dramatische rol in het hele verhaal.

Op de eerste foto zien we de situatie van binnen: een nooduitgang (zie het bordje tegen het plafond). Dat de deur achter een gordijn verborgen is werkt uiteraard niet mee bij het in een noodsituatie vinden van de uitgang.
En de nooduitgang leidt naar de situatie op de foto ernaast ... zo'n 2 tot 3 meter boven het dak !!!

Conclusie
Natuurlijk is het in de praktijk niet overal zo slecht gesteld als dat hierboven gesuggereerd wordt. Maar het is erger dan we denken. Onder druk van opdrachtgevers (tijd en dus geld) worden kosten waar mogelijk beperkt. Maar ook "deskundige" instanties nemen het niet altijd zo nauw met de situatie: zoals het schrijnende voorbeeld van brandweerlieden over paniekdeuren waarvan vooraf bekend is dat de passieve deur niet als eerste open kan: "Als de ene deur niet open gaat pakken ze de andere deur wel.").

Zolang brandwerendheid een onbekend en ondoorzichtig oerwoud blijft zal een ieder op z'n eigen wijze trachten hier een invulling aan te geven. Wat nodig is, is duidelijkheid voor alle betrokkenen: van de architect tot en met de inspecteur van de Brandweer. Het mag niet zo zijn dat in plaats A een oplossing goedgekeurd wordt terwijl dit in plaats B afgekeurd wordt en dat het in plaats C er van afhangt wie er naar kijkt.

Veiligheid mag niet in de opruimingsbakken terecht komen...