De brandwerende norm nader bekeken
Norm?
Een brandwerende norm omschrijft in detail hoe een produkt getest
dient te worden om het predikaat "brandwerend" te mogen voeren.
Doordat de manier testen in een norm is vastgelegd, maakt het
niet uit bij welk geaccrediteerd onderzoeksinstituut (en in welk
Europees land) men zo'n test uit laat voeren: de testomgeving en
de voorwaarden waarin getest wordt is daardoor in elke situatie
hetzelfde.
Om onze produkten te kunnen testen op brandwerendheid wordt gebruik gemaakt van de NEN-EN 1634-1 norm (in het verleden NEN-6069). Hoewel deze norm in Nederland nog niet officieel van kracht is worden onze nieuwe profielen wel al conform deze norm getest.
NEN-EN 1634-1 maakt deel uit van een serie Europese normen, die samen voor een groot aantal bouwdelen de in of krachtens het Bouwbesluit aangewezen norm voor de bepaling van de brandwerendheid zullen vervangen.
Waarom testen?
De noodzaak van testen laat zich eenvoudig verklaren doordat dit
voorgeschreven is door het Bouwbesluit, de Woningwet
en andere officiele regels. Daarin wordt in beschreven dat
aantoonbaar moet worden gemaakt dat een produkt wat voor een
bepaalde (veiligheids) toepassing verkocht wordt ook aan de
hieraan gestelde eisen moet voldoen.
De huidige wet- en regelgeving stelt de eigenaar van een bedrijfspand
hoofdelijk aansprakelijk voor de gevolgen van calamiteiten, maar
ook bij het in gebreke blijven van het voorkomen deze calamiteiten!
Daaruit blijkt duidelijk de noodzaak van het toepassen van
goedkeurde materialen. Niet alleen voor anderen, maar ook voor
zichzelf!
Hoe wordt er getest?
In de norm staat precies omschreven de brandproef moet worden
uitgevoerd en zijn de eisen gesteld waaraan de deurbladen moeten
voldoen om het predikaat "30 of 60 minuten brandwerend" te mogen
voeren. De brandproeven moeten worden uitgevoerd door een erkend
en geaccrediteerd instituut. In Nederland wordt dit bijvoorbeeld
gedaan door TNO.
Voor het uitvoeren van een brandproef wordt een kozijn met deur of deuren (compleet voorzien van al het benodigde hang- en sluitwerk) voor de beproevingsoven geplaatst en ingemetseld. Vervolgens wordt de gasgestookte oven in werking gesteld en de oven met een overdruk van 20 Pascal verhit volgens de standaard brandkromme.
Afhankelijk van de beoogde hoeveelheid brandwerendheid worden de deuren
30 minuten verhit met een maximale temperatuur van +/- 842 graden
Celsius of 60 minuten met een maximale temperatuur van +/- 945
graden Celsius.
Bij het testen wordt altijd een situatie gebruikt waarbij de deuren
"naar het vuur toe" draaien. Dat is de zwaarst mogelijke situatie
om te testen. Dat komt doordat bij het (eenzijdig) verhitten van
houten deurbladen deze aan de vuurzijde krimpen. Het gevolg is dat
deze zijde van de deur van het vuur af buigt. De hoekpunten buigen
echter naar het vuur toe!
Bij een dergelijke situatie is dit een nadelig effect aangezien de
hoeken van de deurbladen uit de kozijnsponning komen. Hierdoor
ontstaat ruimte voor vlamdoorslag.
Dit effect ontstaat niet bij deuren die van het vuur af
draaien (door het eerder beschreven kromtrek gedrag worden de
hoeken hier juist steviger in de sponning gedrukt).
Daarnaast zijn de scharnieren en de kwetsbare kopse kanten van de
deuren niet beschermd door het kozijn als ze naar het vuur toe
draaien.
Wat ook goed is om te weten, is dat bij het testen van deuren met een aanslag, een aanwezig slot in een van de deuren niet gebruikt mag worden. Met andere woorden, de deuren mogen niet op slot en de sleutel mag niet in het slot aanwezig zijn tijdens de test.
Doors may be latched prior to the fire test but shall not be locked unless the door can only be retained in the closed position during normal use by utilizing the lock (i.e. there is no latch or closing device to hold the door in the closed position). This condition is only applicable to doors normally maintained in a locked position. No key shall be left in the lock.